Ron kreeg de diagnose dementie op zijn 57ste. Karin dacht samen met hem oud te worden en te gaan genieten van leuke dingen. Dementie gooide echter roet in het eten. Na het verlies van zijn baan begonnen zich rare situaties voor te doen. Hij liet de autodeuren openstaan en liet de autosleutel in het contactslot achter. Wel verscheen hij op afspraken, maar op het verkeerde tijdstip. Via de geriater in het ziekenhuis kreeg hij de diagnose Alzheimer. Aan de ene kant een opluchting omdat op de ziekte een sticker is geplakt, aan de andere kant hoe nu verder. “Na de diagnose kom je in een maalstroom terecht. Je krijgt adviezen mee, zoals veel bewegen en ontspanning zoeken. We willen toch zo lang mogelijk een normaal leven leiden.” De eerste 2,5 jaar mantelzorgen viel voor Karin mee.

Op het moment dat Karin de diagnose hoorde, wist zij dat zij Ron gaat verliezen. Zij zullen niet samen oud worden. “Eerst ga je gewoon verder met je leven en je haalt eruit wat erin zit. Onze tijd vullen en proberen niet teveel te piekeren over de ziekte en wat ons te wachten staat. De leuke dingen doen die wel mogelijk zijn, want nu kan het nog.” Karin cijfert zich soms teveel weg, want zij doet het liefst alles wat haar man prettig vindt. Gelukkig is het gedrag van Ron nog steeds zoals zij hem kent, hij is de rust zelve. Alzheimer heeft hun relatie veranderd, want het is niet meer gelijkwaardig. “Je bent man en vrouw, maar die relatie is er niet meer. Mijn verdriet kan ik niet met hem delen. Af en toe krijg ik van Ron een arm om mij heen. Dat zie ik als een cadeautje. Door deze situatie voel ik me soms eenzaam.”

Gelukkig heeft Karin in haar omgeving een uitlaatklep om haar verhaal van zich af te praten. De mensen waarmee zij contact hadden voor Ron zijn ziekte zijn er nog steeds. “Alles is eerlijk verteld. Het is belangrijk dat zij weten hoe het zit. Als mijn man de tuin in loopt en hij groet de buurman niet, dan is dat raar.” Karin belast haar kinderen en de familieleden niet met haar zorgen. “De kinderen hebben wel meer besef van de ziekte gekregen. Belangrijke gebeurtenissen kunnen zij niet meer met hun vader delen. Ron vraagt er ook niet naar, want dat zit er niet meer in. Dat is nu eenmaal de realiteit.”

Zelf wil Karin aan de ene kant alles weten over de ziekte, maar aan de andere kant wil zij liever niet weten wat haar te wachten staat. Dat is voor haar te confronterend en het roept veel heftige emoties op. Soms vindt Karin de verantwoording voor haar man niet gemakkelijk. Als zij een dag moe is, moet zij toch eten koken, boodschappen doen en huis schoonmaken. Dat vindt zij behoorlijk pittig, maar zij moet verder. Zelf probeert zij een paar keer per week even naar een vriendin of een buurvrouw te gaan. Daar krijgt zij energie van. Samen met haar man onderneemt zij graag leuke dingen. Als hij geniet, dan doet zij dat ook. Bij mooi weer samen een fietstocht maken, daar krijgt Karin positieve energie van. Dit maakt dat zij het mantelzorgen beter kan volhouden. Heel lang heeft Karin gedacht dat het belangrijkste is dat haar man zich maar goed voelt. “Daar ga je aan onder door! Ik heb moeten leren om aan mezelf te denken. Ik ben er ook nog! Nee leren zeggen en toegeven aan mijn moeheid. Je wordt je bewuster van dingen. Alles is niet meer zo vanzelfsprekend.” Met beide benen staat Karin op de grond. Door wat zij meemaakt, heeft zij geleerd dingen te waarderen die zij eerst niet zag. Zoals het genieten van de vogels in de tuin. “Je leert anders te denken, anders te kijken en anders te genieten. Ondanks dat het zorgen soms zwaar valt.” Dit heeft ook te maken met haar positieve instelling. “Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen in de zorg. Buren en familie moeten participeren in de samenleving. Ik ben mantelzorger voor mijn man en dat vind ik prima. Het is ook geen probleem als de kinderen of familieleden af en toe bijspringen, maar dat moet geen gewoonte zijn. Zij hebben hun eigen leven. Wat nu als de buren werken of ziek zijn of als je weinig familie hebt? Dan blijft er maar weinig over. Het is niet zo vanzelfsprekend dat de kinderen voor hun ouders kunnen zorgen. Zij moeten al zoveel: langer doorwerken, participeren in de samenleving en dan ook mantelzorgen? Dit kan toch niet?”

Karin probeert zolang het mogelijk is de meeste dingen samen te doen. Zij betrekt haar man als er iets is met de kinderen of familie. Er moet voor haar veel gebeuren voordat zij het mantelzorgen niet meer volhoudt. De ene keer lukt het haar beter dan de andere keer. Vroeger voelde haar man feilloos aan als zij een rotdag had. Zij kon dan daarover met hem praten. Dat gaat nu niet meer. Haar man volstoppen met zorgen heeft geen zin. Hij wordt daar onrustig van. “Mijn man heeft nog goed in de gaten als er wat aan de hand is. Het lukt hem alleen niet meer om er wat aan te doen en dat maakt het zo triest. Soms zou het voor hem beter zijn om niet meer te weten wat er allemaal speelt. Toch probeer ik positief te blijven denken. Dat gaat mij de ene keer beter af dan de andere keer. Je wilt dat de onderlinge stemming goed is. Het zijn kleine dingen die de sfeer leuk maakt. Een vakantie zit er niet meer in. Toch ben ik ook gelukkig als we samen fietsen of wandelen of wanneer ik tijd voor mezelf heb om een goed boek te lezen. Het is belangrijk om de mooie dingen te blijven zien!” Karin heeft geleerd om zich niet aan te trekken wat anderen denken of vinden. “Het is jouw leven en je geeft daar zelf invulling aan. Je groeit mee met de mantelzorgtaak. Steeds een stukje afscheid nemen en mooie momenten koesteren. Er wordt niet voor niets gezegd ‘pluk de dag’.”

Af en toe zou Karin best een paar dagen even tussenuit willen gaan om de batterij op te laden. Omdat zij daarvoor zoveel moet regelen, heeft zij daar al geen zin meer in. “Ik heb moeite met wat ons is overkomen en ik heb mijn waaroms. Ik was voor mijn moeder mantelzorger, maar het zorgen voor mijn man is toch heel anders. Elke mantelzorger moet zijn of haar weg zien te vinden. Blijf kijken naar de mooie momenten, want die zijn puur. Dat zorgt dat ik het mantelzorgen langer aan kan. Ik hoop hem nog lang bij mij te houden.”